Slider

Dit evenement heeft inmiddels plaatsgevonden. Bekijk het videoverslag van Siris hier. 

Introductie Doublecrash

De Werkgroep Herdenking Dubbelcrash 1945 heeft samen met Museum Klok & Peel in Asten en het project Death Valley De Peel op 7 februari 2020 een belangrijk evenement georganiseerd.

Het betrof een driedaags programma rond de internationale herdenking van de mysterieuze Dubbelcrash die op 7 februari 1945 plaatsvond in de Astense Veluwepeel en waarbij in totaal negen Franse luchtmachtsoldaten om het leven kwamen. Ook is er een boek (auteur Piet Snijders) gepubliceerd over de crash.

Op vrijdag 7 februari 2020 vond in Asten en Heusden een officiële herdenking plaats van Dubbelcrash 1945, 'de grootste vliegramp in de Peel'. Die vond 75 jaar geleden - op 7 februari 1945 - plaats nabij de splitsing Veluwsedijk/Kokmeeuwenweg in Heusden, toen nog moerassig natuurgebied. De herdenking past in de campagne '75 jaar bevrijding' van het project Death Valley De Peel van het Museum Klok & Peel Asten.

Op de ramplocatie in Heusden werden op de late avond van 7 februari 1945 nagenoeg tegelijkertijd twee RAF-bommenwerpers van het Franse squadron 347 Tunisie door een Duitse nachtjager uit de lucht geschoten.

Beide bommenwerpers waren na een afgeblazen oorlogsmissie op de terugweg naar Engeland met hun bommenlast nog aan boord. Beide toestellen ontploften, het eerste in de lucht (NA260), het tweede bij de crash vlak achter boerderij Frans Maas (NA197).

Bij deze ramp waren twee vliegtuigbemanningen van zeven Franse luchtmachtsoldaten betrokken. Van de veertien 'piloten' vonden er negen de dood (zes van de NA260, drie van de NA197). Vijf anderen overleefden de rampnacht.

De meeste dodelijke slachtoffers vielen aan de Brabantse kant van de Groote Peel; de overlevenden kwamen aan de Limburgse kant terecht. In Brabant namen Engelse troepen de berging op zich. In Limburg schoten Canadese troepen te hulp.  Mede daardoor heeft bijna zeventig jaar lang niemand geweten van de zes dodelijke slachtoffers van de NA260. Tot op heden ging alle aandacht uit naar de drie slachtoffers van de NA197.

Omwonenden hadden weliswaar oorlogsgeweld in de lucht waargenomen, maar niemand had in de gaten dat er twee bommenwerpers tegelijk uit de lucht waren geschoten.

Ook het Britse militaire bergingspersoneel op locatie had daar geen melding van gemaakt. Dat had 's nachts vijf stoffelijke overschotten overgebracht naar het militaire kerkhof in Woensel en 's anderendaags bij daglicht geconstateerd dat de vliegtuigbrokstukken over een groot oppervlak verspreid lagen; tot wel 600/700 meter in het rond. Dat leek logisch want de NA197 was met een immense explosie gecrasht. Daarbij was een krater geslagen van vijf meter diep, die meteen vol modderig moeraswater was gestroomd. In dat gat lagen ook nog resten van twee met het toestel meeverpulverde bemanningsleden. Die konden nooit geborgen worden.

Bij gebrek aan overzichtelijke totaalgegevens balde in de nacht van 7 op 8 februari 1945 het collectief geheugen twee vliegtuigongelukken samen tot één vliegramp. Alle aandacht ging uit naar de gesneuvelde bemanningsleden van de NA197; die van de NA260 bleven onder de radar. Dat bleef zo tot 2012.

In dat jaar meldde zich bij het RHCe in Eindhoven Geneviève Bordier uit Frankrijk. Zij is de dochter van Maurice Bordier, een van de bemanningsleden van de verdwenen NA260. Zij was na een jarenlange speurtocht in militaire archieven tot de ontdekking gekomen dat haar vader in de Veluwepeel in Brabant moest zijn verongelukt. Met behulp van de toenmalige streekarchivaris Hans van de Laarschot vond zij in het archief officiële stukken die haar overtuiging bevestigden.

Van de Laarschot was de eerste die over de Dubbelcrash publiceerde; latere onderzoekers zouden datzelfde doen. Met het oog op het herdenkingsjaar 2019 werd het onderzoek steeds meer geïntensiveerd. Niet alleen in archieven en met persoonlijke contacten, ook met veldwerk. De onderzoeksresultaten zijn intussen zo eenduidig en betrouwbaar dat het verhaal van de mysterieuze dubbelcrash 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' naar waarheid in de Peellandse oorlogsgeschiedenis kan worden bijgeschreven. Dat is in februari gebeurd.

In Asten is een werkgroep al bijna een jaar bezig met de voorbereiding. De herdenking vond plaats in aanwezigheid van twintig Franse nabestaanden van gesneuvelde piloten, zo mogelijk van beide gecrashte vliegtuigen. Geneviève Bordier en haar dochter Nelly waren eregasten. Verder waren de Franse, Engelse en Nederlandse luchtmachtautoriteiten aanwezig, alsmede zware delegaties van het provinciebestuur, het gemeentebestuur en het regionale Innovatiehuis De Peel. De herdenking stond mede in het teken van internationale vrede en veiligheid anno nu.

De organiserende werkgroep bestaat in oorsprong uit lokale en regionale Dubbelcrash-onderzoekers en heeft gaande de rit steun en hulp gekregen van de gemeente Asten, Museum Klok & Peel (project Death Valley De Peel), de Rotary Deurne, Asten, Someren en de Rotary Helmond alsmede van enkele particuliere begunstigers.

(Bron: Piet Snijders/ SIRIS)